1001 duiken: de Filippijnen‘Sometimes an appetizer can spoil the main dish’. Dat zei Jamie, onze divemaster in Puerto Galera toen we weg gingen en vertelde dat dit een extraatje was. En dat onze echte duikvakantie pas aan het eind van onze Filippijnentrip kwam, op Cabilao. En hij kon het weten; 5 jaar chefkok geweest bij de Britse Marine. En gedeeltelijk had íe nog gelijk ook. Of was het misschien omdat Puerto Galera toch een stuk mooier was dan we dachten en Cabilao meer conform de verwachtingen? Puerto Galera. Je moet even door de scène ter plaatse heenkijken en het is even wennen om als stelletje tussen voornamelijk westerse mannen met Filippijnse meisjes rond te lopen. Het weer werkte niet echt mee en ook Action Divers had z’n beperkingen. En als je gaat voor alles wat uit zichzelf voorbij komt zwemmen en waar je niet naar hoeft te zoeken is het geen paradijs.Maar het is een National Park lekker dichtbij Manilla. Er is op het gebied van accommodatie en eten voor elk wat wils en het helpt om rustig aan het eind van Small Laguna Beach te zitten en niet in het uitgangsleven in Sabang (een baai verder, 10 minuten lopen). Er zitten zoveel duikscholen dat iedereen, behalve een paar grote, maar een paar klanten heeft, dus je duikt de helft van de tijd privé, zeker net buiten het seizoen. En, afhankelijk van de duikstek, hebben we toch nog wel wat groot spul te zien, Jacks, Groupers, Tuna en een enkele schilpad. En het is er, zij het wat zeldzamer, allemaal wel. Af en toe worden Hamerhaaien en Manta’s gezien. Whitetips zelfs vrij vaak. Maar dan moet je naar de Canyons. Een diepe duikstek met over het algemeen veel stroming. Niet bepaald aantrekkelijk met een macrolens of bij veel wind. ![]() Maar nog afgezien van groot spul is het duiken echt heel mooi. In de baai liggen een aantal wrakken, waaronder de zogenaamde Sabang wrecks. Mooie wrakken met (5!) Frogfish erop, altijd wat grotere vis zoals Batfish en Slate sweetlips eromheen, Zeepaardjes altijd in de buurt en als je mazzel hebt ook nog een flying Gurnard, Flamboyant cuttlefish, Octopus, Garden eels, Cackatoo waspfish, Cuttlefish, zeeslangen of aanverwant spul. Maar: met mazzel, want dat hebben wij natuurlijk niet allemáál gezien. Verder zijn er ook gewoon mooie riffen. Veel mooie harde en zachte koralen met overal veel klein grut. Veel nudies, garnaaltjes, porcelain crab, veel vis en murenes, maar ook daar ineens weer een frogfish of heel andere mooie dingen als Longhorn Cowfish, Triton, Mushroom coral pipefish en Flasher scorpionfish. En, opvallend, heel veel veersterren. Wel eens zo’n ding zien zwemmen? Geweldig! Al met al gewoon mooi duiken. Wel niet al te lang. Zoals de meeste duikscholen in Puerto Galera hanteert Action divers een duiktijd van 50 minuten. Dat valt natuurlijk wel wat op te rekken, maar niet zo heel veel. Al was het soms alleen maar omdat je op de wrakken continu op minimaal circa 20 meter hangt. Of omdat je ook op andere duikstekken net voor deco en met bijna lege tank toch echt omhoog moet.Wel een nadeel was het weer, of eigenlijk de wind. Zoals al eerder aangestipt was dat niet ideaal, zeker niet in combinatie met die leipe bootjes van ze. Action Divers duikt, heel idyllisch, met een lokaal type bootje, de outrigger, ook weer net als vrijwel alle duikscholen. De outrigger is een typisch Philippijns product. Kano met hoge boeg, aan beide zijden een drijver van bamboe. Een schroefje van blik, koffielepeltje als roer. Gevolg: een boot met een draaicirkel als een mammoettanker die niet achteruit kan en waarvan de stuurman niet kan zien waar íe heen gaat. Lachen man. Zolang je ten minste niet bij het oppikken wordt overvaren. Maar met een beetje oefenen (van ons als duiker dan, die kapitein zal het wel nooit leren) valt er prima mee te duiken. Na een weekje Puerto Galera was het tijd om op te drogen, dus onze duikspullen achtergelaten in Manilla en de bergen van Luzon ingetrokken. Laat het daar nu in December regentijd zijn, dus van dat opdrogen kwam niet veel. Wel een erg leuke week gehad: idyllische dorpjes tussen de rijstterrassen, een totaal ander Filippijnen dan de nachtclubs van Manilla en “disco’s” Puerto Galera. Een als je zoals wij een beetje morbide aangelegd bent zijn de hanging coffins en burial caves een must.Na een week werd ’t tijd om de duikspullen weer op te pikken (bij Whitetip in Manilla, even laten servicen na wat problemen met de automaten) en het vliegtuig naar Bohol te pakken, een van de zuidelijkere eilanden. De eerste paar dagen gebruikt om de highlights boven water op te zoeken, waar onder de wereldberoemde (?) Chocolate hills en de erg mooie mangrove kust. Daarna toch eindelijk het hoogtepunt van ons vakantie: duiken op Cabilao. Erg naar uitgekeken, erg hoge verwachtingen. Cabilao is een 8 vierkante kilometer groot (klein?) eiland voor de kust van Bohol. Het duiken daar was een stuk relaxter dan in Puerto Galera. Het voordeel van zo’n luxe resort is dat er ook veel mensen komen die niet duiken, of maar een beetje. Jammer dan dat het ook daar hoofdzakelijk regende of minimal bewolkt was. Duiken in de regen gaat nog wel, maar zonnen in de regen is al een stuk minder.Het door Franz (Duits ja) en Maria (Flippo) gerunde resort Polaris is een van de beste die we ooit hebben gehad. Riante bungalow, uitgebreide menukaart met zeer goed eten. Schoon, erg rustig, vriendelijk personeel, elke morgen vers bruin brood en een duikbeleid dat zich in één woord laat omschrijven als: Relax, man! Jammer van het weer, met name de wind. Het duiken is een geheel vrijblijvende aangelegenheid, met dien verstande dat er in principe wel altijd iemand met je mee gaat. In principe, want was het na twee dagen bij de briefing al: ‘And Sanne & Rokus do their own thing’, op het eind ging er zelfs met de nachtduiken al niemand meer mee. Geen maximum tijden en zoveel duiken als je wilt, altijd met de boot. En geen moeite is teveel. Op een avond wilden we als enigste een nachtduik maken. Door de wind was het huisrif -dè plek voor nachtduiken- wat stoffig. Franz neemt in dat geval geen risico en geeft de kapitein de opdracht om naar Tree Coconut te varen (ergens halverwege het eiland), zodat wij zeker zijn van een prima duik.Het voordeel van wat meer duiken is dat het hele schema op je wordt aangepast. In principe bepalen degene die het meest duiken per dag maken het programma waar de anderen dan op kunnen inhaken, hetgeen er dus op neer komt dat we 8 dagen lang hebben kunnen doen en laten wat we wilden. Wel waren ook hier weer een aantal duikstekken tijdelijk niet bereikbaar door de wind. Het gekke is dat, waar Puerto Galera nog een National park is, Cabilao dat niet is. Er wordt dus rond het eiland nog vrij veel gevist, zij het vooral snorkelend en met eenpersoons kano’s. Last heb je er dus niet van en je hebt ook niet echt het idee dat er al veel kapot is. Er zijn twee kleine sanctuaries, maar die zijn te klein om ecologisch werkelijk iets bij te dragen. Toch bedriegt de schijn een beetje. Mandarijnvisjes hebben we niet gezien, die verdwijnen waarschijnlijk nog wel eens richting aquarium. En de hamerhaaien waar Cabilao vroeger bekend om stond zijn in 1999 zo ongeveer alle 400 in een keer door onze ‘Chinese vrienden’ weggevangen en gedeeltelijk in de soep beland. Er wordt sindsdien vrijwel nooit meer een hamerhaai gezien. Wat is er dan wel? Hoewel Cabilao niet heel groot is, is er toch een redelijke verscheidenheid aan duikstekken. Loodrechte wanden, zandige hellingen en gevarieerde plateau’s komen naast elkaar voor en die kom je vaak tijdens een duik allemaal tegen. Dit brengt een grote variatie aan vis, naaktslakken, schelpen, koralen en allerlei ander grut met zich mee. Slechts zelden heb ik zoveel garnalen, krabbetjes, schelpen en naaktslakken gezien als hier. Voor de rest zoveel gezien dat ik het dit keer niet allemaal zal noemen. Cabilao heeft namelijk seizoenen en veel dingen die er nu waren zijn er in een ander jaargetijde niet en andersom. Wie toch een redelijke indruk wil krijgen van de enorme variatie aan leven is altijd welkom voor een avondje borrelen, uh, dia’s kijken.Een ding is in ieder geval zeker. We gaan begin volgend jaar, zo ongeveer maart/april, nogmaals proberen de safari, waar nu rond kerst te weinig animo voor was, alsnog te doen. Je gaat dan per boot verschillende eilanden af. Je vaart en duikt overdag en slaapt dan niet op de boot maar op verschillende eilanden. Er is dan ook meer kans op groot spul. Dus voor wie dan mee wil: be our guest (sorry, wel zelf betalen, we blijven Hollanders). Rokus Terug naar reisverhalen |