1001 duiken: Kapalai en Sipadan

Sommige van jullie kunnen zich wellicht nog herinneren hoe ik een paar jaar geleden nog het alom tegenwoordige zand in Marsa Shagra en Nakari een veeg gaf in een stukje over een verder prima vakantie. Er moet natuurlijk altijd wat te zeuren zijn en zand is en blijft wel het meest voor de hand liggende in de woestijn. Nog twee jaar zijn we daarna in een tentenkamp geweest en de tandarts (nee, niet Edwin) vond dat het nu echt tijd werd voor iets anders; het glazuur op mijn tanden begint gevaarlijk te slijten. Een plek zonder zand, niet te koud en geen live-aboard in verband met zeeziekte. We zijn dan wel van het volk van Piet Hein en Michiel de Ruijter, maar genetische selectie heeft de zeebenen er aardig uitgekruist. Voor Chernobyl hadden we dat nooit! En oh ja, natuurlijk ook nog in Maleisië, kunnen we lekker gratis slapen bij Pluk & Karin.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Daar is het namelijk voor, anders heette het wel einde.

Dit jaar dus naar Maleisië. Hoofddoel, eerlijk is eerlijk: duiken op bezoek bij Pluk & Karin. Dat was erg leuk en toen gingen we duiken. Uiteraard 'in de buurt' van KL wat gezocht om niet weer zo'n *%@# eind te moeten reizen en na 2 weken KL, Malakka, Tioman en een forse griep afgereisd naar Kapalai, slechts 3 uur vliegen van KL, uurtje bus, uurtje boot en dezelfde dag nog het water in.

Sinds het stukje met foto van Jokes stond Kapalai hoog genoteerd als duikbestemming. Niet eens zozeer vanwege het duiken als wel vanwege de locatie en accommodatie. Kapalai is namelijk geen eiland en dus: GEEN ZAND.

Kapalai is een droomlocatie. Het is een paaldorp op een zandbank in een rif met het vaste land op ruime afstand, half uurtje varen van Sipadan. Van de zandbank valt alleen een klein puntje droog met laag water en daar komt nooit iemand.

De hoofdvorm is een enorme driehoekige steiger waaraan de 'cabins' zijn geplaatst. Aan elke buitenzijde heb je een rij cabins die dus alleen maar uitzicht op zee bieden. Stel je daarbij een soort houten villa voor van circa 9 bij 9 meter met gelakte houten vloeren, een ligbad (en dat terwijl elke druppel zoet water moet worden ingevaren, houtsnijwerk, twee enorme tweepersoons bedden en last but not least, een volledig te openen achterwand. Als je in bed ligt zie je alleen maar zee! Wel rekening houden met het seizoen. Was het overdag meestal windstil, warm en zonnig, 's avonds kon het nog wel eens flink gaan spoken en ook een enkele bui werd ons deel. September is het einde van het echte seizoen en hoewel ze nooit dicht gaan, worden de omstandigheden wel snel minder. Met de kerst zaten ze al weer helemaal volgeboekt en ze waren zelfs extra bungalows aan het bouwen. Toen wij er waren was er ruim meer personeel dan gasten en zitten ze gemiddeld half vol.

Op een van de punten van de driehoek zit een groot restaurant. Op de tweede punt van de driehoek zit de diveshed. Op de derde hoek van de driehoek zit een extra steiger van volgens mij wel een paar honderd meter lang. Hier zitten de verblijven van het personeel, de militairen (12 man) die, sinds de ontvoering vanaf Sipadan van een paar jaar geleden, op Kapalai zijn gestationeerd en helemaal achteraan de generatoren.

Kapalai is een typisch duikresort. Als je niet duikt heb je er niets te zoeken, al hebben ze wel een tafeltennistafel en een tv geloof ik. Verder staat het bekend als macroparadijs. Hoewel er ook wel andere dingen zijn te zien dan klein spul heeft dat toch de overhand. Je duikt in groepen van maximaal 10 personen onder leiding van een gids, al hoeft niet iedereen die te volgen als je dat niet wilt, dit afhankelijk van je ervaring. Dit was sowieso lastig. Omdat het het einde van het seizoen was, was het zicht vaak beperkt tot een meter of tien. Daarnaast kan het er flink stromen. Je raakt elkaar nog wel eens kwijt. Mede daarom houden ze zich strikt aan de duiktijden. 50 minuten max. voor de bootduiken, 's morgens om ca. 8.30 ca. 11 uur en 's middags na de siësta (die van ons dan toch) om een uur of 3 - 3.30 pm. Tussendoor mag je zoveel duiken als je wilt. Op aanvraag kan je bovendien elke dag naar de sexshow: 'Sex on the reef', elke avond bij zonsondergang om een uur of kwart voor zes en een diepte van een meter of 10: parende Mandarijnvissen. De nachtduiken maak je wanneer je maar wilt, zonder gids.

Vanaf Kapalai wordt er ook gedoken op Sipadan en op Mabul. Sipadan hebben we vanuit Kapalai niet gedaan, daar gingen we tenslotte nog een week naar toe, maar op Mabul zijn we wel en paar keer geweest. Mabul is een eilandje zo'n 20 minuten varen terug richting de kust en heeft iets Lembeh-achtigs, maar dan op wit zand, minder rommel en minder aparte zaken. Toch kunnen hier weer net een aantal dingen worden gezien die niet op Kapalai zitten, zoals Zeepaardjes, Flying gurnards en Longhorn cowfish. Wij hadden bovendien het geluk een eierleggende Giant Squid tegen te komen.


Na een weekje werd het helaas toch tijd om hier te vertrekken. Met dezelfde boot als waarmee Erik Karin, kids en Tia kwamen op naar Sipadan voor een compleet andere duiklocatie. Het enige dat overeenkwam met Kapalai was de luxe. Het duiken had net zo goed aan de andere kant van de wereld kunnen zijn. Scharrel je op Kapalai over het rif op zoek naar klein spul, op Sipadan duik je langs adembenemende wanden en is het sleutelwoord: groot.

Tot zover Rokus z'n verhaal, ik neem 't verder van 'm over. Sipadan is een eilandje van niks, als je rustig wandelt ben je er binnen een half uurtje omheen gelopen. Voor ons resort ligt bij laag water een strandje, bij hoog water niet meer. De eerste 30 meter is het circa 1 of 1,5 m diep. Dan begint ineens de 600 m diepe dropoff. Sipadan heeft een paddestoelvorm, waardoor vanaf het randje de diepte helemaal enorm is. Karin en Erik maken hun checkout dive, dus wij gezellig mee. In de middag en avond zitten de holen van de dropoff vol met enorme bultkop papagaaivissen. Sipadan is bekend om z'n schildpadden. Onze eerste echte duik op Sipadan tellen we er 16. Achteraf was dat niet eens zo veel, op sommige duiken zagen we er veel meer.

De 'Dropoff' is zeker niet de spectaculairste duikstek van Sipadan. 'Barracuda point' en 'South Point' zijn ware duikersparadijzen. Het zijn beide wanden, waarbij twee zeestromingen samenkomen. Veel stroming dus en ….. heel veel vis. Heel veel grote vis. Op deze twee duikstekken zie je met name veel haaien en grote scholen jacks en barracuda's. Het zijn nauwelijks meer groepen te noemen, meer wanden van vis, die soms oneindig lijken. Als donkere wolken boven je, als kolkende massa onder je. Een aantal malen konden we heel langzaam zo'n school inzwemmen, waarna je totaal omgeven bent van vis. Met name op South Point zijn de aantallen haaien enorm. Terwijl wij vastgeklampt aan een rotsje de stroming trotseren, zwemmen ze soepeltjes om je heen. Op een duik tel ik er een stuk of twintig, nu zal ik er wel een of twee dubbel geteld hebben, maar het blijft erg veel. Naast de whitetips af en toe ook een Blacktip of Grijze rifhaai.

Ook op Sipadan worden de duiken in groepen van 10 tot 12 duikers gemaakt, met gids. Meestal viel de groep al snel uiteen, maar vaak vonden we elkaar aan het eind van de duik wel weer terug.

Een enkele duik was heel heftig. Zware stroming, soms stromingen naar beneden, dus oplettendheid geboden. Een duik denderen we in 7 minuten over Barracuda Point om de duik verder door te brengen op het ernaast gelegen Coral Gardens. Een dag later staat er nauwelijks stroming en brengen we de hele duik in 'de tunnel' van Barracuda Point door.

Een andere duik komt Rokus met een vrij lege fles boven. Een eindje verder dobberen Kaat en Erik, een beetje met de slappe lach. Karin was op een meter of 17 diepte best wel geschrokken toen ze zag dat ze nog maar 60 bar had. Dus tikt ze Erik aan, blijkt die nog 25 bar te hebben. Erik komt boven met een holle tank, ook Karin is vrijwel leeg. Tsja, al die haaien, barracuda's en jacks leiden je wel een beetje af.

Karin's 100ste duik is, zeker voor hen, speciaal. Voor het eerst zien ze frogfish, scorpionleaffish en harlequin ghostpipefish. Klein spul wat je eerder op Kapalai dan op Sipadan zou verwachten.
Haaien hebben een slechte reputatie, maar Titantriggerfish stelen de show. Tijdens een van de safetystops wordt ik aangevallen door zo'n kreng. Zomaar, ineens vanuit het niets zwemt hij met een klap mijn masker in. Daarna hapt hij in mijn knie en tenslotte grijp íe een vin om die bijna niet meer los te laten. Zodra ik naar Rokus zwem en bij hem in de buurt kom zwemt het beest weer op ons af. Rokus slaat 't beest bijna met z'n camera op z'n kop, om 'm daarna met veel moeite van z'n vin af te trappen. De volgende dag zien we hoe een Japanner eerst door 1 en vlak erna door 2 van die agressievelingen wordt aangevallen. Wij weten genoeg: voortaan geen stops meer op het rif, maar veilig tussen de schildpadden en de haaien in 't blauwe!

De nachtduiken op de dropoff zijn niet erg relaxt te noemen, althans dat was de mening van de vrouwelijke duikers onder ons. Die diepte van 600 meter onder je geeft toch een raar gevoel, zeker met wat jagende haaien onder je. Bovendien nemen schildpadden 's nacht gewoon voorrang: bukken of ze zwemmen je overhoop. Leuk fotograferen is er ook niet bij: in het licht van je lamp zitten continu een paar trevalleys en snappers die al 't leuke wat je wilt fotograferen voor je neus opeten. Heel erg frustrerend en irritant. Naast de enorme scholen doezelende humphead parrotfish vinden we in een hol een napoleon van zeker twee meter.

Ook op Sipadan hebben ze een prima kok. Elke middag en avond een warm buffet van culinaire hoogstandjes. Op Kapalai hadden ze zelfs artificial duck: ruikt naar eend, ziet er uit als eend, smaakt als eend dus het is soja. Erik eet zich op Sipadan bijna ziek aan de carpaccio van verse tonijn.

Om toeristen niet te erg te laten schrikken lopen de militairen op Sipadan in burger. Met hun wapens in een golftas. Alsof dat niet opvalt: jongens met een golftas op de rug op een eilandje van drie keer niks.

Boaz en Tikal vermaken zich samen met Tia (de maid) prima op het strandje en in de zee. Erik neemt Tia een middag mee uit snorkelen. Dat gaat prima totdat ze na verloop van tijd toch wel misselijk wordt van het leegdrinken van de snorkel. De communicatie blijft een beetje moeilijk met haar gebrekkige Engels en de bij ons vrijwel ontbrekende kennis van het Bahasa.

De laatste avond gaan we met een van de parkwachters kijken naar eierleggende schildpadden op het standje achter de bungalows. De eieren worden na het leggen weer opgegraven en op een bewaakte plaats herbegraven. Ook het uitzetten van de schildpadjes gebeurt onder toezicht van bewakers en gasten. We begrijpen nu wel waar die enorme aantallen schildpadden vandaan komen.

Na 12 duikdagen en 40 duiken later zijn we het over een ding eens: Kapalai en Sipadan beide geweldige duikplaatsen, maar zelfs van duiken kun je een overdosis krijgen!

Rokus en Sanne

Terug naar reisverhalen