1001 duiken: 11 Duikdagen, 33 duiken.Eindelijk kon er weer gedoken worden in warm water 29-30 graden °C. Na een lange reis, met overstappen in Frankfurt en Colombo, arriveerden we eindelijk in Male en na een uurtje voortgestuwd worden met 400 pk op het eerste eiland Eriyado. De volgende dag na een korte checkduik kon er echt gedoken gaan worden op het huisrif van het eiland. Als snel werd duidelijk welke gevolgen coralbleeching had gehad voor het huisrif. Soms waren hele delen afgestorven, andere delen van het rif waren echter nog wel intact en hier en daar herstelde het rif zich weer enigszins.Al snel kregen we aardig de smaak te pakken. Early morning dive om 06.00 en dan soms doorgaan tot en met de nachtduik omstreeks 19.00 uur. Ondanks de “geringe” diepte van het atol, zo´n 20-30 meter, konden gelukkig nog genieten van al het groots dat langs kwam. Luipaard haaien, witpuntrifhaaien, adelaarsroggen en schildpadden waren bijna elke duik van de partij. Ook een grote school met zuigvissen was veelvuldig van de partij om dan vervolgens de tank of een lichaamsdeel te gebruiken als taxi. Door ons enthousiasme met het duiken kwamen de compressorboy meestal al vragen of we die avond of de volgende morgen ook weer zouden duiken, zodat zij de tanks konden gereed leggen. Door het vele duiken was het elke dag weer plannen hoe deze dag dan weer ingedeeld zou worden. Duiken en dan ontbijten of eerst ontbijten. Hetzelfde ritueel kwam ook bij de lunch en het diner weer naar voren. Na een kleine week en 17 duiken ging de uitrusting voor even de tas in om naar het volgende eiland te reizen. Na weer een uur gebrul van de 400 pk aangehoord te hebben, konden we 45 minuten het gebrul van de proppelor van het watervliegtuig aanhoren. Uiteindelijk werden we een paar honderd meter buiten het eiland op een soort platform neergezet en toen maar wachten op de boot die ons naar het eiland zou brengen. Je kan natuurlijk ook gaan zwemmen. Snel de tassen uitpakken en melden bij de duikschool. Geen checkduik meer. Het logboek van de afgelopen dagen gaf al genoeg gespreksstof bij de duikschool van Vilamendhoo. Vilamendhoo had vijf ingangen naar het huisrif. De ene kant twee en de andere zijde drie. Welke stek genomen werd, lag aan de stroming rond het huisrif. Doordat het aan de buitenzijde van het atol gelegen was, kon de stroming soms behoorlijk sterk zijn, met als gevolg dat je de bocht rond het eiland niet meer kon maken. Hierom waren onderwater lijnen aangebracht, zodat je kon zien waar je eruit moest om afdrijven te voorkomen.Op Vilamendhoo was het koraal ongeveer gelijk aan Eriyado. Hierom zijn we ook regelmatig met de boot meegegaan, alhoewel de eerste boottocht, nog voor vertrek slecht bevallen was. Tijdens het aan boord, in het donker om 06.00 uur, we duiken immers ook heel vroeg, struikelt Rob over een onverlichte verhoging aan boord. Hierdoor viel de UW-camera uit het krat en tussen twee boten in zonk de camera weg in de donkere diepte. Gelukkig kon na wat speurwerk aan de oppervlakte de camera gelokaliseerd worden en met uitrusting aan kon hij ook geborgen worden, wel door alleen te duiken overigens. Helaas wel een loodzak kwijt. Deze hebben we later maar opgehaald na de gemaakte duik op Vilamendhoo Thila. Ondanks deze slechte ervaring zijn we toch nog een aantal malen met de boot weggeweest, waaronder naar Fishhead Tila en Maaya Tila. Op Fishhead Tila veel adelaarsroggen en een wel heel nieuwsgierige Napoleonvis. Zelf zo nieuwsgierig dat hij te dichtbij kwam voor de groothoeklens. Het nadeel van deze duikdag was de lange reis. Twee a drie uur heen varen en ongeveer 2 weer terug. We kwamen dus redelijk verbrand terug. Verder konden we natuurlijk maar twee duiken maken op deze dag en dat was niet wat ze van ons gewend waren.Na zo´n 16 duiken, ja zijn er inmiddels 33, weer achter de propeller en naar Male voor de terugvlucht, via Colombo en Zurich. Na aankomst op Schiphol nog speuren naar de vermiste duiktas en eindelijk weer naar het Goudse. Uiteindelijk bleken 17 rolletjes van 36 opnames volgeschoten te zijn, waarvan 99 % onderwaterfoto´s. Rob en Riana. Terug naar reisverhalen |